Diplarrena latifolia (Western Flag Iris) komt uitsluitend van nature voor in Tasmanië, Australië, voornamelijk in de westelijke en zuidelijke delen van het eiland. De soort groeit in koele bergachtige en subalpiene gebieden.
Australie Tasmanie 750 tot 1400 meter Mei laag zaad, delen -16C 2013
Habitat en Groeicondities
Diplarrena latifolia is een bijzondere irisachtige plant die uitsluitend voorkomt in de koelere berggebieden van Tasmanië. In de natuur groeit deze soort vooral in subalpiene rushlands, moerassige graslanden en open berghellingen op hoogtes van ongeveer 750 tot 1400 meter. Het klimaat in deze gebieden is koel, winderig en vochtig, met een jaarlijkse regenval die vaak tussen de 1000 en 1500 mm ligt. De plant vormt dichte, grasachtige pollen van smal blauwgroen blad met een elegante, licht overhangende groeiwijze, perfect aangepast aan de natte en vaak schrale bergbodems. In de zomer verschijnen sierlijke witte bloemen met opvallende paarse en gele markeringen die boven het blad lijken te zweven.
WINTERHARDHEID
Getest in de praktijk in Schoonebeek
Deze plant staat op moment van schrijven al 13 jaar bij ons in de tuin en dan kan je rustig spreken dat hij winterhard is. Ik bescherm de plant nooit en hij komt door elke winter bij ons.
Verzorging:
Diplarrena houdt van volle zon en een standplaats in goed gedraineerde arme grond. Een kennis van mij uit Engeland heeft mij verteld dat deze plant niet kan bloeien in de schaduw, dus volle zon is een pré. Heeft geen extra water nodig bij droogte. Bladpunten kunnen een beetje schade oplopen bij strenge vorst.
Update:
Deze plant komt probleemloos door elke winter, maar houdt in de zomer wel van een beetje extra water. Er is ook nog de soort Diplarrena moraea en die komt alleen voor in Tasmanië, New South Wales en Victoria. Ik vermoed dat D. moreae en D. latifolia een zelfde vorst tolerantie hebben.
De plant komt probleemloos door elke winter tot dusver. Acacia alpina lijd niet onder een natte winter of een koude winter.