Lomatia: winterharde exoten uit het Zuidelijk halfrond
Zuid Amerika:
In Zuid-Amerika zijn Lomatia-soorten te vinden in de Andes van Chili en Argentinië, waar ze deel uitmaken van de unieke flora van de gematigde regenwouden en bergachtige gebieden. Twee prominente soorten uit deze regio zijn Lomatia ferruginea en Lomatia hirsuta. Beide soorten zijn aangepast aan de koele, vochtige omstandigheden van de Andes en groeien op hoogtes tussen 500 en 2.000 meter, vaak in de buurt van rivieren en op vochtige hellingen.
Habitat en omgevingsomstandigheden
In Zuid-Amerika groeien Lomatia-soorten in gematigde regenwouden die gekenmerkt worden door hoge neerslag, koele zomers, en koude winters. Deze gebieden ontvangen vaak sneeuw in de winter, en de planten zijn goed aangepast aan de vochtige bodems en de wisselende temperaturen. Ze gedijen in rijke, organische bodems, meestal in de nabijheid van beekjes en rivieren waar de bodem goed gedraineerd is.
Lomatia ferruginea

Lomatia ferruginea, ook bekend als de “Fierro plant,” is een struik of kleine boom die vooral voorkomt in de gematigde regenwouden van Zuid-Chili en Argentinië. Deze plant groeit vaak in bossen die worden gedomineerd door de Nothofagus-soorten (zuidelijke beuk), samen met andere koudebestendige planten zoals Drimys winteri en varens. De bladeren van Lomatia ferruginea zijn leerachtig en diep ingesneden, en de plant bloeit met kleine crèmekleurige bloemen die bestuivers aantrekken.
De plant heeft het bij ons niet gered in de tuin, omdat hij veel te droog stond. De plant stond voor een zuidmuur in zandgrond, en dat schijnt toch niet ideaal te zijn. Ik denk dat klei grond of misschien leemgrond beter is. Het zou misschien kunnen op zandgrond, mits je hem in de zomer goed water geeft.
Lomatia hirsuta

Lomatia hirsuta, ook wel “Radal” genoemd, is een grotere boomsoort die tot 20 meter hoog kan worden en groeit in de zuidelijke Andes van Chili en Argentinië. Deze soort is bijzonder bestand tegen kou en komt vaak voor in vochtige, bergachtige gebieden waar het het goed doet in het gemengde bos met Nothofagus en coniferen. De bladeren van Lomatia hirsuta zijn groot en bedekt met een dunne laag haartjes, vandaar de naam “hirsuta” (wat “harig” betekent). De bloemen zijn wit tot lichtgeel en verschijnen in clusters, waarbij ze insecten aantrekken voor bestuiving.
Ik heb een paar jaar lang Lomatia hirsuata in de tuin gehad, maar het was maar een klein plantje en hij kwam niet op gang. Ik vermoed dat hij veel te droog heeft gestaan, hij stond in zandgrond voor een zuidmuur. Ik wil het zeker weer een keertje proberen met deze plant, want ik ben er van overtuigd dat hij winterhard is. Jeff Irons (de voormalige voorzitter van de Australasian plant society) schreef mij over de hirsuata, dat het de meest winterharde van de soort is.
Het is voor mij nog de vraag waar deze plant het beste kan groeien. Ik heb regelmatig gehoord dat hij op de schaduw moet. Maar als je naar foto`s zoek van de plant in zijn natuurlijke omgeving, dan zie je dat hij ook vaak in de volle zon groeit. Ik denk dat het wel kan, zolang hij maar in een goede voedzame bodem staat.
Update 2026
Het is mij gelukt om weer een plantje te krijgen van deze soort. Ik laat hem eerst nog even lekker in potgroeien en dan gaat hij naar een plek op de halfschaduw in voedzame grond.
Australië
In Australië komen verschillende Lomatia-soorten voor die goed aangepast zijn aan koude klimaten, waaronder Lomatia myricoides, Lomatia fraseri, en Lomatia tincoria.
Lomatia myricoides

Deze soort, ook wel “River Lomatia” genoemd, Endemisch in Victoria en New South Wales, men vindt de soort vaak in een vochtige omgeving en heeft in zijn natuurlijke omgeving een gemiddelde regenval tot ongeveer 1000 mm in New South Wales en tot 1500 mm in de ‘Blue Mountains’.
De plant groeit vaak in de ondergroei van eucalyptusbossen en regenwouden, in de nabijheid van soorten zoals Eucalyptus delegatensis. Het trekt bestuivers aan met zijn geurige witte bloemen en draagt bij aan bodemstabilisatie langs oevers.
Deze Lomatia werd voor het eerst beschreven in 1807 door de Duitse Botanicus Karl Friedrich von Gaertner als Embothrium myricoides.
Lomatia myricoides heeft lancetvormige blaadjes met een spitse top. De plant groeit uit tot een grote houtachtige struik tot een kleine boom van twee tot vijf meter. De plant bloeit in de zomer met crème witte bloemen van 7 tot 8 mm lang zijn. De stam van de plant is bruingrijs en doet enigszins ruig aan. De plant heeft een zogenaamde ‘lignotuber’ waardoor hij na een bosbrand weer uitloopt. In Australië is de plant opgewassen tegen volledige schaduw, maar dat zal bij ons niet aan te raden zijn.
Bij ons is deze plant volledig winterhard.
Lomatia fraseri

Lomatia fraseri, of “Mountain Lomatia,” groeit in de koelere bergachtige streken van New South Wales en Victoria op hoogtes tussen 600 en 1.500 meter. Deze struik of kleine boom wordt vaak aangetroffen in vochtige bossen en subalpine gebieden, samen met soorten zoals Eucalyptus pauciflora (snow gum). Lomatia fraseri is bestand tegen koude winters en zware vorst. De plant heeft mooie getande bladeren en een frisgroen blad.
Deze plant is al jarenlang winterhard bij ons in de tuin, zonder enige vorm van bescherming. Deze Lomatia staat bij ons voor een zuidmuur in zandgrond, waar het lekker warm kan worden en hij heeft nog nooit enige vorm van schade gehad.
Lomatia arborescens
Lomatia arborescens groeit van nature in koele, vochtige bergbossen en regenwoudranden van oostelijk Australië. Je vindt hem vooral in hoger gelegen gebieden met veel neerslag, mist en relatief milde zomers. De soort groeit vaak aan bosranden, langs beekdalen en in open plekken van wet sclerophyll forest en subtropisch regenwoud.
In zijn natuurlijke habitat groeit hij tussen hoge eucalyptusbossen en regenwoudsoorten. Typische begeleidende planten zijn onder andere myrtle beech (Nothofagus cunninghamii), sassafras (Atherosperma moschatum), Acacia melanoxylon, boomvarens en vochtminnende struiken uit families zoals Proteaceae en Myrtaceae. Ook soorten als Leptospermum, Persoonia en andere Lomatia’s komen in vergelijkbare ecosystemen voor.
De omgeving waarin hij groeit is vaak heel groen, humusrijk en continu licht vochtig, met gefilterd licht tussen grotere bomen. Dat verklaart ook waarom hij in cultuur meestal het beste groeit op zure, luchtige grond met voldoende vocht en bescherming tegen extreme hitte of uitdrogende wind.
Ik ben reuze benieuwd hoe winterhard deze soort daadwerkelijk is, ik heb een plant gekocht in 2026 en wil deze aan het eind van de zomer in de tuin zetten
Lomatia silaifolia

De soort groeit van nature langs grote delen van de oostkust van Australië, vooral in New South Wales en Queensland. Daar staat hij in open eucalyptusbossen, heathlands en droge sclerofylvegetaties op zandsteen- en zanderige bodems met perfecte drainage. Hij groeit vaak tussen soorten als Eucalyptus, Banksia, Acacia en Allocasuarina. De plant heeft extreem fijn, diep ingesneden blad. Van een afstand lijkt het bijna op een grote exotische varen of een fijnbladige Acacia. Sommige vormen hebben bijna bipinnaat blad en geven een heel subtropische uitstraling zonder echt tropisch kwetsbaar te zijn. In de zomer verschijnen lange crèmekleurige bloemaren die vol zitten met insecten. Op Australische websites wordt vaak genoemd dat bijen en vlinders er massaal op afkomen en dat de hele struik letterlijk kan zoemen van activiteit tijdens de bloei.
Qua groeiomstandigheden blijkt Lomatia silaifolia verrassend flexibel:
- volle zon tot halfschaduw,
- droogtetolerant zodra hij gevestigd is,
- goed bestand tegen snoei,
- en hij loopt na bosbranden opnieuw uit vanuit de basis.
Lomatia tincoria

Lomatia tincoria groeit voornamelijk in de koelere bergachtige streken van Tasmanië. Deze soort wordt aangetroffen in vochtige, goed doorlatende bodems, vaak in de nabijheid van beken en in open bossen. De plant heeft leerachtige bladeren en draagt kleine crèmekleurige bloemen. Deze soort was voor het eerst beschreven in 1805, door de Franse natuurkundige F. Jacques Labillardière als Embothrium tinctorium.
Lomatia polymorpha
Na lang zoeken is het mij gelukt in 2025 om een paar plantjes te kopen in Frankrijk van Lomatia polymorpha. Ik had in het verleden al gehoord van een Canadese vriend die bij de E.H. Lohbrunner garden werkt in Vancouver dat deze Lomatia bij hem in Vancouver volledig winterhard is.
Lomatia polymorpha is een sierlijke, groenblijvende struik of kleine boom afkomstig uit Tasmanië, het zuidelijk gelegen eiland dat deel uitmaakt van Australië. Deze soort behoort tot de Proteaceae-familie en is een van de weinige vertegenwoordigers van dit plantenrijk die bestand is tegen koude temperaturen tot ver onder het vriespunt. Van nature groeit Lomatia polymorpha in vochtige, koele tot koude klimaatzones, vaak op berghellingen en in subalpiene bossen, tot wel 1200 meter hoogte. De bodem is daar doorgaans zuur, goed doorlatend en rijk aan organisch materiaal.
De plant komt vooral voor in het zuidwesten, centrum en zuiden van Tasmanië, vaak op plekken waar mist en neerslag veel voorkomen. In deze gebieden maakt Lomatia polymorpha deel uit van een biodiverse, soms mystiek ogende vegetatie waarin ook andere bijzondere planten uit koude klimaten gedijen.
Lomatia polymorpha groeit vaak aan de bosrand of in lichte openingen, waar het voldoende licht kan vangen zonder volledig blootgesteld te worden aan de elementen. De soort is goed bestand tegen vorst, wind en natte winters, en past zich aan diverse omgevingsomstandigheden aan, zolang de grond goed gedraineerd blijft.
Wat deze plant bijzonder maakt, is de enorme variatie in bladvorm. Zelfs aan één exemplaar kunnen diep ingesneden, gelobde of bijna gave bladeren voorkomen – een fenomeen dat verklaart waarom de soort de naam polymorpha (“veelvormig”) draagt. Deze bladvariabiliteit maakt de soort niet alleen botanisch interessant, maar ook visueel aantrekkelijk in de tuin.
Dankzij zijn herkomst uit de ruige, koele natuur van Tasmanië is Lomatia polymorpha bij uitstek geschikt voor gebruik in beschutte tuinen in gematigde klimaten, zoals in delen van Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Vooral op zandgrond met goede drainage en enige luchtvochtigheid voelt de plant zich goed thuis.
Ecologische Rol en Gebruik
Alle drie de soorten spelen een belangrijke ecologische rol door het stabiliseren van bodems, het aantrekken van bestuivers en het ondersteunen van lokale biodiversiteit. Hoewel ze niet bekend staan om medicinale toepassingen, zijn ze populair vanwege hun sierwaarde en winterhardheid in tuinen.
Bij ons in de L. tincoria volledig winterhard en heeft nog nooit schade gehad, ik denk dat hij al iets van 10 jaar in de tuin staat.
Verzorging:
In het algemeen houdt Lomatia van vochtige grond en een plek in de volle zon tot halfschaduw met goede drainage.
Aangezien de Lomatia tot de Protea behoort is het raadzaam voorzichtig te zijn met fosfaat en zou ik de plant zeker geen mest geven met een hoog fosfaat gehalte.
Stekken:
De plant is makkelijk te stekken. Neem stekjes van 4-6 cm lang en maak een kleine wond aan de onderkant.
Gebruik een hormoongel om de stek te laten wortelen in een mengsel van zaaigrond, zand en perliet met bodemverwarming.
De stekken kunnen wortelen binnen 3 weken. Zorg ervoor dat de stek ongeveer 2-4 blaadjes heeft en die kunt u ook door de helft knippen.
Winterhard:
Lomatia myricoides, L. fraseri, L. hirsuata en L. tincoria zijn alleen winterhard bij ons in de tuin.
Verkrijgbaarheid:
Update:
L. ferruginea is in de zomer van 2016 doodgegaan in de tuin, omdat de plant waarschijnlijk veel te warm en te droog heeft gestaan.
De plant stond in de volle zon, op een plek met reflecterende warmte, alle andere soorten staan in 2024 nog steeds in de tuin.